Jong geleerd: Witfokker Jan Maat
Sinds zijn tiende jaar is de nu 83-jarige Jan Maat lid van een geitenfokvereniging. In die tijd heeft hij bijna 250 geiten opgefokt.
Jan Maat werd in 1952 lid van de geitenfokvereniging Katlijk e.o. Later stapte hij over naar geitenfokvereniging Hemrik e.o. en sinds de fusie van de verenigingen in de provincie Fryslân, na de MKZ zo rond 2004, is Maat lid van de vereniging Fryslân.
Maat kan goed verhalen vertellen over de tijd van vroeger. Zijn eerste geit Mieke werd op driejarige leeftijd gegrepen door een stier en moest dat met de dood bekopen.
Rond 1960 kocht Maat de Witte geiten Froukje en Trijntje en vanuit deze twee lijnen fokt hij nu al ruim 65 jaar met veel succes. Bekende fokkers rond die tijd waren Mindert Meyer en Jan van der Honing.
In navolging van bekende veefokkers was Jan Maat een van de eersten die voor zijn stal een stalnaam bedacht. Hij woonde toentertijd in Langezwaag en koos voor de stalnaam Sweachmer.
|
|
|
 |
|
|
Karretje achter de fiets
Maat had een karretje achter zijn fiets en zo ging hij met de geit naar de plaatselijke keuring – en met de geit naar de bok. Zo reed hij vele keren na schooltijd op de fiets naar Katlijk of Hemrik.
In deze periode waren de bokken nog eigendom van de verenigingen, de zogenaamde verenigingsbokken. Die werden gestald bij bokkenhouders, in Hemrik waren dat de heren Van Dijk en Wouters. De heer Steenbeek, secretaris van de Friesche Bond, was verantwoordelijk voor de uitwisseling van de bokken tussen de verenigingen.
Naast fokker was Jan Maat ook in breder verband actief in de geitenhouderij. Hij was jarenlang voorzitter van geitenfokvereniging Hemrik e.o., was keurmeester bij keuringen en inspecteur voor opname in het stamboek. Bij landelijke keuringen ging Maat mee als verzorger. De dieren werden toen op vrijdag al op de keuringslocatie aangevoerd en ’s avonds door de verzorgers gemolken en gevoerd. De verzorgers sliepen bij de dieren.
In de jaren zestig en zeventig werd er nog ongehoornd gefokt, waardoor het percentage kwenen hoog was. Ook nu is er weer een tendens om ongehoord te fokken – wellicht dat met de mogelijkheden van heden (DNA-onderzoek) het probleem met kwenen kan worden voorkomen, hoopt Maat.
Aan de top Van 1970 tot 1990 stond Jan Maat aan de top met zijn dieren. Enkele toppers waren Sweachmer Trijntje 6, 13, 17, 18, 23 en 58.
Sweachmer Trijntje 13 werd in 1973 reservekampioen op de Provinciale keuring van Fryslân.
In 1975 stond Maat op dezelfde keuring bovenaan met het drietal Sweachmer Trijntje 17, 18 en 23. Dat was zijn hoogtepunt.
|
 |
 |
| Sweachmer Trijntje 13 |
Sweachmer Durk |
|
|
|
Maat hield de geiten naast zijn koeien. Voor hem was het vooral praktisch om ook met de geiten mee te doen aan de melkcontrole.
In die tijd mochten alleen bokken uit zogenoemde bokmoeders aangehouden worden voor de fokkerij. Deze bokmoeders moesten aan bepaalde exterieureisen en melklijsten voldoen.
In de periode 1965-1997 verkocht Maat circa vijftig boklammeren voor de fokkerij. De bekendste zijn Sweachmer Egbert, Sweachmer Durk, Sweachmer Eddy en Sweachmer Gooitzen.
Ook deed de fervente Witfokker in de jaren negentig nog een tijdje mee met de certificering van CAE- en CL-ziektevrij. Hierbij moesten ook de aanwezige schapen worden meegenomen voor het periodieke onderzoek.
Iedere dag melken Maat vertelt dat hij een prachtige tijd heeft gehad in de geitenfokkerij. En dat is niet over: hij komt nog regelmatig als bezoeker op keuringen, is een trouwe deelnemer aan vergaderingen en gaat naar fokkersdagen.
Hij heeft momenteel vier Witte en vier Toggenburger geiten, en hij melkt op 83-jarige leeftijd nog steeds iedere dag drie geiten.
De jongste Witte geit is Sweachmer Trijntje 247 – en zo heeft Maat dus bijna 250 geiten opgefokt.
|
Sietse van der Wal
Geitenhouderij, juni 2025 |
|